Europa’s punt op oneindig

Vijf presidenten smeden vier unies om de éne Economische en Monetaire Unie te vervolledigen. De queeste moet Europa leiden naar een “echte” Economische Unie, een Financiële Unie (met inbegrip van een Banken- en een Kapitaalmarktenunie), een Fiscale Unie en uiteindelijk een Politieke Unie. Morgen [vrijdag] brengt het bonte genootschap Jean-Claude Juncker, Donald Tusk, Jeroen Dijsselbloem, Mario Draghi en Martin Schulz verslag uit van hun vorderingen. Codewoord is “convergentie,” één van de meest voorkomende woorden in eurospeak waarin steeds minder Europeanen dezelfde betekenis zouden herkennen – of erkennen. → Read More

Pax fiscalis

Een consistent beleid is niet altijd het beste beleid. De economen die deze cruciale kronkel opmerkten, gaven het volgende voorbeeld. Als de overheid mensen kon overtuigen dat er géén maatregelen zullen worden getroffen om huizen te beschermen die in overstromingsgebieden worden gebouwd, dan zou niemand er wonen. Maar als iemand daar toch zou bouwen, erop vertrouwend dat de overheid alsnog in de bres springt eenmaal er huizen staan, is de toekomstige beleidsmaker waarschijnlijk verplicht om inconsistent te handelen.

Je kan dreigen met een uitstap uit de eurozone om de ander tot toegevingen te dwingen; wanneer de ander uiteindelijk toch niet toegeeft, kan het misschien niet langer optimaal zijn om je dreigement uit te voeren. Het optimale plan voor de toekomst hoeft niet noodzakelijk de beste keuze te zijn eens die toekomst eraan komt. → Read More

Taxshift: quick fixes versus fundamentele hervorming

Wij Belgen betalen véél belastingen

De fiscus roomt in België bijna 5 procentpunten meer af van wat onze economie ieder jaar genereert dan het gemiddelde van de eurozone. Als de belastingdruk in België even zwaar zou zijn als in onze buurlanden, zou het beschikbare inkomen van de Belgen en hun ondernemingen zowat 18 miljard euro hoger liggen.

‘Rechts’ vindt daarom dat Vadertje Staat (Grote Broer?) nu echt te veel in de immer te kleine zakken zit. ‘Links’ laat anderzijds niet na te wijzen op wat de staat allemaal levert in ruil voor ons belastinggeld – en dat er nog heel wat van het inkomen of vermogen niet wordt belast

Deze bijdrage wil dat onzalige geschil overstijgen. We willen verduidelijken hoe het belastingstelsel werkt, en waarom er verschillende belastingen naast elkaar kunnen (of moeten) bestaan. Een beter begrip van de manier waarop belastingen ons welzijn en ons gedrag beïnvloeden, moet ons helpen op een pragmatischer manier over hervormingen na te denken in plaats van het debat te verengen tot wie wat betaalt. → Read More

In twee fasen naar een echte belastinghervorming

De kakofonie rond de tax shift waar de economie zo naar snakt, bereikte de voorbije weken een nieuw hoogtepunt. Het blijkt nogmaals veel eenvoudiger om een debat kapot te manipuleren dan om het algemene belang centraal te stellen. De uitkomst is dat het cynisme wortel heeft geschoten. Zeldzaam zijn zij die nog geloven dat een belastinghervorming meer kan zijn dan het bevoordelen van een bepaalde achterban ten koste van anderen.

Wat iedereen wil van het belastingstelsel ligt nochtans voor de hand. Het moet de noodzakelijke inkomsten genereren op een manier die eenvoudig, rechtvaardig en rechtzeker is en zo weinig mogelijk duurzame economische groei in de weg staat. Als er al een consensus bestaat, dan is het wel dat het huidige stelsel tekortschiet om deze combinatie van doelstellingen te verzoenen en te verwezenlijken.

Het is cruciaal dat een voldoende hoge drempel opgeworpen wordt tegen argumenten die ons wegleiden van eenvoud als kernwaarde en er in de praktijk al te vaak voor zorgen dat we eindigen met niets dan complexiteit. De opportuniteit die een echte belastinghervorming biedt, is om bij elke uitzondering die je toestaat na te gaan of het voordeel ervan opweegt tegen het complexer maken van het systeem. Duurzame economische groei bijvoorbeeld vereist dat de keuze van de belastingbetaler om vandaag dan wel later te consumeren niet nodeloos verstoord mag worden. Het is zeer de vraag of het bestaande fiscale stelsel – met alle vrijstellingen, aftrekken en verminderingen van dien – daaraan tegemoet komt.

We missen economisch gefundeerde argumenten in het debat van vandaag: argumenten die voorbij het bean counting gaan en effectief belastingbetaler én overheid aanzetten tot een rechtvaardiger en efficiënter omgaan met ons belastinggeld. → Read More

The capitalist superstructure

Capitalism and market economy ought to be distinguished from one another. In the latter, “perfect” competition reigns; capitalism however is dominated by monopoly. → Read More

Debt : the last thirty years

Source : Stephen Cecchetti, Madhusudan Mohanty and Fabrizio Zampolli (2011), The real effects of debt, BIS Working Papers 352.

Europa’s vermiste markt (Tegen euro-obligaties)

Tragi-economisch grapje: waarom is een monopolist een afzetter? – omdat hij anders door zijn klanten wordt afgezet.

 

De lezer zal mij vergeven dat ik de pointe toch uitleg. Het wezenlijke kenmerk van een monopoliegoed is dat er te weinig van wordt aangeboden aan een te hoge prijs. De monopolist weet immers niet precies hoeveel waarde de potentiële klant aan zijn product hecht. Een “lage-type” klant hecht betrekkelijk weinig waarde aan het product terwijl het hoge type er meer waarde aan toekent. Idealiter zou de monopolist het type van de klant kennen en haar dan een aangepast aanbod doen met een overeenkomstige prijs. In werkelijkheid is het aanbod voor het hoge type optimaal: de waarde voor de consument komt overeen met de productiekost. Maar het aanbod aan de lage-type klant is niet optimaal voor de samenleving: de monopolist zal minder aan dit type klant aanbieden dan zij zou willen.

De reden is dat de monopolist een klant van het hoge type niet in de verleiding wil brengen zich valselijk voor te doen als een lage-type klant om zo minder te moeten betalen. De monopolist gebruikt in feite het gevraagde verbruik van de klant als aanwijzing voor haar ware aard. Door meer van het product te vragen dan een lage-type klant zou doen, maakt de hoge-type klant kenbaar dat ze bereid is om meer te betalen voor het product. En daarvan maakt de monopolist dankbaar gebruik om meer aan te rekenen dan maatschappelijk optimaal is.

Een optimaal belastingstelsel maakt overigens ook gebruik van dit identificatiemechanisme. Omdat onze capaciteit om geld te verdienen private informatie is, gebruikt de overheid het gerapporteerde inkomen als onrechtstreekse graadmeter – en als prikkel – om te bepalen hoeveel we (kunnen) bijdragen aan de samenleving.

Een soortgelijk vraagstuk doet zich voor op macro-economische schaal in Europa. De Europese Centrale Bank kan maar één type beleid voeren. Dat beleid is niet noodzakelijk het best passende beleid voor iedereen in de eurozone. De ontwerpfout in de Economische en Monetaire Unie is het ontbreken van markten en beheersinstrumenten die voldoende verschil kunnen maken tussen de verschillende lidstaten, zoals het prijs-per-typebeleid van de monopolist of de (complexe) belastingregels dat wel willen doen. Die ontwerpfout is geen vergetelheid. Ze schippert tussen de hoop en een doelbewuste poging om de verschillen tussen de Europese landen te doen verdampen.

De geschiedenis van de eurozone laat zich in één grafiek vatten: het verloop van de rente op overheidsobligaties uitgegeven door de lidstaten. De grafiek lijkt op de pompons van cheerleaders: een waaier aan rentevoeten die aan het einde van de vorige eeuw in de houdgreep van Europa werden gedwongen om er tien jaar later als een duiveltje uit een doosje weer uit te breken. Niet de recente explosie van de Griekse of Spaanse spread is de anomalie. Het onwerkelijke is de vermeende of verhoopte “convergentie” tijdens de voorbije decennia. Onderzoekers aan de ECB lieten onlangs nog weten dat ze geen enkel spoor konden vinden van een mogelijke convergentie van de productiviteit in de onderscheiden Europese landen. (Toch. Eentje: in financiële dienstverlening.)

De oplossing voor het falen van een markt – zoals de verstoring door monopolies of het optreden van ongewenste effecten – is markten en instrumenten creëren waarin die zogenoemde externaliteiten verhandeld – “geïnternaliseerd” – kunnen worden.  De markt voor uitstootrechten bijvoorbeeld wil de vervuiler laten betalen voor het effect op zijn buren. De kosten van een publiek goed, denk: bruggen en wegen, moeten over alle gebruikers worden verdeeld.

De oplossing kan er niét in bestaan het aantal markten te reduceren zoals de voorstanders van euro-obligaties willen. Renteverschillen onzichtbaar maken in de hoop dat ze zullen verdwijnen getuigt niet van volwassen gedrag. Economen kennen mechanismen die toelaten om waarheidsgetrouw de uiteenlopende bereidheid van de lidstaten om te betalen voor dit “publieke goed” te bepalen. Die mechanismen kunnen zelfs een billijke onderlinge compensatie tussen de landen berekenen. Euro-obligaties op dit ogenblik invoeren zal tot dezelfde grafiek leiden als de cheerleaderpompon van de rentevoeten. Het uiteinde aan deze zijde ziet er – misschien – verleidelijk uit, met verdampende risicopremies voor de zwakkere broertjes en liquiditeitsboni voor de sterkere schouders. Maar het is niet meer dan bang afwachten tot het duiveltje opnieuw uit het doosje springt.

[published on ItineraBlog]

The first principle of Political Economy

… that after eight weeks of induction into the elements of Political Economy, she had only yesterday been set right by a prattler three feet high, for returning to the question, ‘What is the first principle of this science?’ the absurd answer, ‘To do unto others as I would that they should do unto me.’

→ Read More

De belastingvermenigvuldiger

“Toon me dat van jou en ik toon je het mijne.” We horen het te weinig als het om financieel-economische modellen gaat. Of de overheid nu moet besparen of investeren, of ze de belastingen moet verhogen dan wel verlagen is géén princiepskwestie. Het is een rekenvraagstuk, met samengestelde speelgoedwerelden die cijfers vreten en een getal uitspuwen. De strijd wordt gestreden wanneer het model wordt gebouwd op de – misschien wankele – veronderstellingen van de econoom in kwestie. De uitkomst daarna aanvechten zijn vijgen na Pasen. → Read More

Fiscal policy and the Great Recession in the Euro Area

The following graphs are from a remarkably rich DSGE-model at the ECB, as presented March 2-3, 2012 at “Fiscal Policy in the Aftermath of the Financial Crisis”: → Read More